Online teaching



To use this application you need to install and activate Adobe Flash Player


Get Adobe Flash player .













































































































Build Up 21-30 Eng-Nl

Author: yyyyyyy sandra
Description:
Keywords: , , , , , , online teaching

Content:
Quiz:
1. Primary school
A) basisschool
B) kleuterschool
C) peuterspeelzaal
D) voortgezet onderwijs

2. Kindergarten
A) kinderspeelplaats
B) kleuterschool
C) speeltuin
D) creche

3. Grammar school
A) School met veel grammatica
B) Gymnasium
C) Havo
D) MBO

4. Compulsory
A) vervelend
B) moeilijk
C) verplicht
D) keuze

5. The opposite of absent is %22present%22.
A) aanwezig
B) afwezig
C) kado
D) heden

6. careers teacher
A) de cariere van de docent
B) decaan
C) ambitieuze docent
D) werkeloze docent

7. Attend
A) overslaan
B) attent zijn
C) bijwonen
D) aan het einde

8. We have 30 %22periods%22 per week
A) periodes
B) menstruaties
C) termijnen
D) lesuren

9. He is the %22caretaker%22.
A) iemand met zorgtaken
B) concierge
C) hoofd van de school
D) schoonmaker

10. Can you %22account for%22 your absence?
A) instaan voor
B) verantwoordelijk zijn voor
C) de gemiste uren optellen
D) een verklaring geven voor

11. Some teachers have %22nicknames%22.
A) scheldnamen
B) bijnamen
C) gekke namen
D) heten nick

12. What does this English word %22mean%22?
A) gemeen
B) zeggen
C) menen
D) betekenen

13. He is a %22foreigner%22
A) rare kwast
B) stadsmens
C) buitenlander
D) boer

14. My results are %22unsatisfactory%22
A) gemiddeld
B) vrij goed
C) onbevredigend
D) heel slecht

.